Wormen bij de hond

 Een worminfectie krijgt je hond niet vanzelf. Je trouwe viervoeter moet eerst ergens een besmetting oplopen, voordat de wormen zich in zijn lichaam kunnen vestigen. Als eigenaar is het belangrijk om te weten hoe dit gebeurt. Niet alleen met het oog op voorkomen, maar ook op genezen!

Er bestaan namelijk verschillende soorten wormen die het lichaam van je hond kunnen teisteren. Sommige soorten zijn nagenoeg ongevaarlijk, anderen levensbedreigend.

Pups kunnen in de baarmoeder of via de moedermelk al besmet raken met spoelworm. De worm bevindt zich namelijk in het lichaam van de moeder en verspreidt zich vanuit de moederhond. Deze soort wormen kan erg goed tegen de bestrijdende medicatie, en is uitermate lastig om kwijt te raken. Hiernaast zijn pups natuurlijk kwetsbaar, dus ruim bij de moeder te alle tijden de ontlasting op! Gelukkig kunnen deze wormpjes slecht tegen stoom, met een temperatuur hoger dan 90 ⁰C. Kennels schoonmaken met de hoge druk reiniger is dus zeer aan te raden. Een besmette pup is te herkennen aan een mager lichaampje met een bolle buik, slechte groei en diarree. Bezoek bij besmetting gelijk een dierenarts; pups hebben weinig tot geen reserves.

Je volwassen hond loopt doorgaans een worminfectie op door van een besmet, dood dier of besmette ontlasting te eten. Dit klinkt vies en onbereikbaar, maar vergeet niet dat je hond anders denkt dan wij. Wat wij een meurend karkas vinden, vind je hond een heerlijk geurende snack. Eén hapje is al snel genomen! Door de eitjes die de wormen achterlaten op het karkas, komt de worm in het lichaam van je hond.

Om deze reden worden de meeste wormensoorten bij honden gevonden in het maag-darmkanaal. Hier nemen ze de voedingstoffen op die eigenlijk voor de hond zelf bedoeld waren. Hierdoor krijgt je hond een tekort aan belangrijke stoffen. Hij raakt gewicht kwijt, zijn organen werken niet goed meer en de kans op ziek worden stijgt. Een worminfectie bij de hond kan niet alleen vervelend zijn, maar ook gevaarlijk. Er bestaan verschillende soorten wormen waarmee je hond besmet kan raken zoals spoelworm, lintworm, zweepworm, hartworm, en de haakworm.

Symptomen wormbesmetting bij de hond

Bij iedere soort worm kunnen de symptomen van besmetting anders zijn. Dit zijn echter de meest voorkomende:

  • Verminderde of juist verhoogde eetlust
  • Gewichtsverlies
  • Verminderde of gestoorde groei
  • Lusteloosheid
  • Kortademigheid
  • Hoesten en/of braken
  • (Bloederige) diarree
  • Bloedarmoede

Wacht niet op het zien van symptomen: sommige worminfecties verlopen bijna helemaal zonder symptomen.

Zoals bij de zweepworm, kan het zien van bloederige diarree al een levensbedreigende situatie aangeven.

Laat dus geregeld de ontlasting van je hond onderzoeken als je vermoedt dat hij gemakkelijk besmet raakt.

Wormen bij de hond voorkomen en behandelen

Gelukkig zijn worminfecties goed te behandelen met een wormenkuur welke u bij uw dierenarts kunt verkrijgen. Daarom geldt ook bij worminfecties: voorkomen is beter dan genezen. Om besmetting te voorkomen, kun je de volgende maatregelen nemen:

  • Ontworm je hond ten minste 4 keer per jaar. Voor pups gelden andere regels, laat je hiervoor adviseren door een dierenarts
  • Houd je hond vrij van vlooien, teken en luizen met een goed werkend vlooienmiddel. Hoe vaak je het middel moet gebruiken hangt af van het product. Ontvlooi wel al je dieren en vergeet ook de omgeving niet te behandelen!
  • Houd de leefomgeving van je hond te alle tijden schoon.
  • Verwijder eventuele ontlasting zo snel mogelijk.
  • Laat de hond niet van dode dieren eten.
  • Laat de hond geen ontlasting, van zichzelf of andere dieren, eten.
  • Laat de hond niet in dode dieren, ontlasting of op hondenpoepplaatsen rollen.
  • Laat vlees nooit te lang buiten de koelkast, wanneer je vers voert. Voer het liefst gelijk na het ontdooien.

Om besmetting van het gezin te voorkomen, kun je:

  • Na het aaien van de hond goed je handen wassen.
  • Niet je kinderen laten spelen op een plek waar honden vaak poepen.
  • Na het buitenspelen in het zand en de aarde goed je handen wassen, en onder je nagels schoonmaken.
  • Niet nagelbijten, zo kunnen eventuele achtergebleven wormeneitjes gemakkelijk ingeslikt worden.