Wat houdt een trimbeurt in

Onder een trimbeurt wordt verstaan de volledige vachtverzorging van uw hond en is de verzamelnaam voor de verschillende vachtbehandelingsmethoden en trimtechnieken zoals: borstelen, ontklitten, wassen, ontwollen (Was- en Blaasmethode), scheren, knippen, effileren en plukken.

Welke trimtechniek op uw hond van toepassing is is dus afhankelijk van zijn vachtsoort. Vaak worden er ook diverse trimtechnieken gecombineerd. Wilt u weten welke trimtechniek er op uw hond van toepassing is? Of welke borstels u het beste kunt gebruiken? Vraag het gerust. Ik kan u alles vertellen over de trimtechnieken en welke materialen voor de vachtverzorging worden gebruikt.

Borstelen / kammen

Bij het borstelen worden de loszittende/ dode haren en vuil uit de vacht verwijderd. Ook wordt met borstelen de huid gemasseerd zodat deze in goede conditie blijft en de talgklieren worden gestimuleerd talg aan te maken. Het talg beschermd de huid en haren tegen uitdrogen, vuil en infecties. Bij het borstelen kan de vacht gelijk gecontroleerd worden op wondjes, wratjes/bultjes en op parasieten.

Kammen doe je na het borstelen om te controleren of er geen klitten meer in de vacht aanwezig zijn.

Lange vachten borstel je in laagjes van onder naar boven met bijvoorbeeld een universeel- of pennenborstel. Kortharige rassen borstel je met een rubberen borstel. Echter kam en borstel uw hond niet te vaak want zo kunt u de vacht over stimuleren waardoor een eeuwig durende rui kan ontstaan.

Als u zelf niet in de gelegenheid bent om de vacht van uw hond te onderhouden omdat uw hond het niet toelaat of vanwege gebrek aan tijd help ik u daar graag bij. Wees er wel op tijd bij want als er te veel klitten in de vacht zitten dan helpt borstelen niet meer, dan moet de hond worden ontklit.( zie kopje klitten) Ook kan de geklitte vacht gaan vervilten en dan zal de hond geschoren moeten worden.

Wassen

Uw hond wordt bij ons standaard bij elke behandeling gewassen. Bij het wassen van uw hond wordt de vacht en de huid grondig schoongemaakt. Na het wassen wordt het haar met een waterblazer uit de vacht geblazen en wordt de hond middels koude lucht droog geföhnd. Deze droogmethode met koude lucht is dan ook niet schadelijk voor de vacht van uw huisdier.

Tijdens het wassen (en drogen) kunnen mogelijke huidproblemen worden vastgesteld. Ook wordt er tijdens het wassen op gelet of uw hond parasieten heeft. Indien vlooien worden geconstateerd zullen wij een anti-vlo was behandeling toepassen Wij zullen bij constatering van vlooien u hiervan op de hoogte brengen zodat u ook thuis de vlo kan bestrijden (zie kopje vlooien) Omdat daarna ook de salon moet worden ontsmet, zijn wij helaas genoodzaakt een toeslag te berekenen van € 10,00

Let op!!

Wilt u zelf uw hond wassen, was uw hond dan nooit met mensen shampoo of andere was middelen! De PH-waarde van een hondenhuid is namelijk anders als die van een mens! Gebruikt u dus altijd een geschikte hondenshampoo!

Ontklitten

Hierbij worden de klitten uit de vacht verwijdert, met gebruik van speciale klittenkammen of klittenmesjes etc. Ontklitten is een niet plezierig, tijdrovende klus, en soms pijnlijk voor uw hond. Een slecht verzorgde vacht (klitten en vervilting) kan ook huidproblemen veroorzaken. Is de vacht vervilt, dan is het voor mij onmogelijk, om er een leuk model van te maken. Vaak is de enige oplossing: kaal scheren. Het welzijn van uw hond is tenslotte het belangrijkste.

Plaatsen waar over het algemeen heel snel klitten ontstaan zijn:
• Achter en onder de oren
• in de snor en de baard
• buik
• oksels
• binnenzijde dijbeen/ liezen.

Heeft uw hond veel last van klitten kunnen wij altijd samen kijken of uw borstelgereedschap en borsteltechnieken goed zijn. Uiteraard is het ook mogelijk een afspraak te maken voor een tussen behandeling waarbij ik uw hond dan zal ontdoen van klitten zodat erger (vervilting) wordt voorkomen. Met een tussen behandeling loopt uw hond er altijd netjes bij!

Ontwollen

Bij het ontwollen worden tijdens de ruiperiode de loszittende wolharen(ondervacht) uit de vacht verwijderd d.m.v. wassen, föhnen met de waterblazer en het uitborstelen van de overgebleven losse haren. De waterblazer is een zeer krachtige föhn die het water en de dode haren uit de vacht kan blazen. Dankzij het ontwollen verwijder je de dode doffe onderwolharen uit de vacht waardoor de vacht van uw hond er na behandeling weer glimmend en glanzend uitziet en ook zal de vacht dieper/intenser van kleur zijn.

De ontwol-honden hebben ook wat langere haren aan sommige delen van het lijf, genaamd bevedering. Deze delen worden in overleg met u ook weer netjes in model gebracht.

Na de behandeling zullen er veel minder haren loskomen, dit scheelt enorm veel met stofzuigen in huis.

Scheren

Scheren is het inkorten van de vacht met behulp van een tondeuse. De lengte van de vacht die over blijft is afhankelijk van de scheerkop die je gebruikt. Er zijn verschillende maten scheerkoppen, die verschillende haarlengtes scheren. Ook kun je op de scheerkop een opzetkam gebruiken waardoor het scheren van langere lengtes tot 5 cm mogelijk is. Vaak wordt scheren in combinatie met knippen of effileren gedaan.

Er zijn twee manieren om te scheren:
• Met de haarrichting mee, het resultaat is vrij natuurlijk.
• tegen de haarrichting in, dit geeft het meest regelmatige resultaat, het wordt dus gladder en strakker.

Knippen

Knippen is de vacht inkorten, op de gewenste lengte, met behulp van een rechte schaar. Om een zo strak mogelijk resultaat te krijgen is het belangrijk dat je een goede techniek hebt. Het gewenste model wordt geheel met de hand geknipt en gebeurt veelal bij honden met kroeshaar zoals bijvoorbeeld de poedel, bichon frisé en de labradoodle. Knipvachten kunnen ook geschoren worden.

Effileren

Effileren is het uitdunnen of inkorten van de vacht op een natuurlijk ogende manier. Het resultaat is wat natuurlijker dan met de rechte schaar. Hiervoor gebruik je een effileerschaar (uitdunschaar). Het effileren doet men bij honden met een vallende vacht, bijvoorbeeld shih tzu , spaniels.

Effileren doet men om:
• Een gedeelte ‘gladder’ te laten lijken
• een gedeelte korter te maken
• de overgang van lang naar kort haar natuurlijker te laten verlopen
• scherpe en strak geknipte lijnen te vervagen.

Plukken

Honden die geplukt dienen te worden hebben een ruwharige vacht. De ruwe bovenvacht verhaart niet uit zichzelf. Het afgestorven haar, wat van bijvoorbeeld een labrador zich in wolkjes verzamelt onder de bank in de huiskamer, blijft bij een ruwharige in de huid zitten. Hierdoor vind je van een ruwhaar nauwelijks haar in huis maar heeft hij wel hulp nodig om het dode haar kwijt te raken. Wanneer je de hond niet plukt, heeft u kans dat uw hond last van jeuk krijgt, omdat het dode haar in zijn huid blijft zitten, met als gevolg dat hij zich stuk bijt of krabt.

Plukken is het verwijderen van los zittende dekharen tijdens de rui. Het plukken gebeurt met de vingers of met een bot trimmes. Al het los zittende dekhaar wordt plukje voor plukje met wortel en al verwijderd, zodat het nieuwe haar vrij is om te groeien. Als de vacht goed plukrijp is voelt de hond hier niets van. Rassen die geplukt kunnen worden zijn o.a. bouvier, teckel ruwhaar, een groot gedeelte van de terrier groep.

De plukmethode is vrij arbeidsintensief. Vroeger was het de gewoonte om een hond tweemaal per jaar helemaal kort te plukken, tot op zijn onderwol. Tegenwoordig wordt vaak geadviseerd om de hond te laten strippen. Bij strippen wordt, net als bij het plukken, het dode haar verwijderd. Alleen de hoeveelheid en de cyclus zijn anders. Eens per drie à vier maanden (afhankelijk van het ras) wordt de helft van de bovenvacht verwijderd. Deze begint weer te groeien en is na enkele maanden gedeeltelijk aangegroeid. Maar nu worden de “oude” haren (die de vorige keer dus zijn blijven staan) weggeplukt. Wat er dan dus overblijft is een korte, harde bovenvacht. . Op deze manier loopt u hond er altijd keurig verzorgt bij. Ook wordt strippen vaak geadviseerd bij honden die (bijna) geen ondervacht hebben

Scheren van plukvachten

Wanneer een ruwhaar niet geplukt wordt maar geknipt of geschoren, gebeuren er bijzondere dingen met de vacht. De structuur veranderd van ruw en stug in zacht, krullerig en fluweelachtig en de kleuren vervagen tot een grauw geheel.

Dit komt doordat de dode haarwortels in de huid blijven zitten en er hierdoor niet voldoende plaats is voor de nieuw ontwikkelde haar. De nieuwe haar boet aan kracht in met het hiervoor genoemd resultaat. De ruwharige vacht is in originele staat een zeer gebruiksvriendeljke vacht met weinig onderhoud. In geschoren toestand zal de vacht veel vaker gekamt/geborsteld en gewassen moeten worden.

Toch kunnen de omstandigheden een enkele keer zo zijn dat een trimmer een ruwhaar onmogelijk kan plukken en wel moet scheren. Een hond kan door ziekte of leeftijd de pluksessie niet meer aan of is dusdanig verwaarloosd dat de vacht een viltmassa geworden is. Helaas worden er ook honden uit onkunde of gemakzucht geschoren. Het scheren gaat nu eenmaal vele malen sneller. Gelukkig zijn deze vachten vaak volledig te herstellen in oorspronkelijke staat. Al na één plukbeurt zie je de kleur en structuur terugkomen. Helaas is de structuur wel veranderd door het scheren, waardoor het niet optimaal te plukken is. Hierdoor vinden de honden het vaak niet fijn dat ze geplukt worden. Voorkomen is in dit geval beter dan genezen.